Home > Website-overzicht > Reisziekte

Reisziekte

Reisziekte is eigenlijk geen gedragsprobleem, want het is niet hetzelfde als angst voor een voertuig of een te ondernemen reis.

Reisziekte is een bewegingsziekte bij mens en dier, mits deze een goed werkend evenwichtsorgaan in hun binnenoor hebben.

Reisziekte kan worden veroorzaakt door reizen met alle soorten voertuigen. Als we ziek worden van de bewegingen die een auto maakt, noemen we dat wagenziekte. Ook van vliegtuigbewegingen (luchtziekte), scheepsbewegingen (zeeziekte), treinbewegingen (treinziekte) kan mens en dier ziek worden.

Afbeelding van een giraf in een vliegtuig.

Wat is reisziekte en wat zijn de verschijnselen?

Reisziekte wordt veroorzaakt doordat bij bepaalde richtingsveranderingen een verschil ontstaat tussen de waargenomen beweging en de werkelijke beweging. De werkelijke beweging wordt geregistreerd in het, vlak bij het gehoororgaan gelegen, evenwichtsorgaan in het binnenoor. In de zogeheten halfcirkelvormige kanalen zit een vloeistof die endolymfe heet, en die vooral door draaiende bewegingen in beroering wordt gebracht. Wanneer de signalen uit het evenwichtsorgaan in het binnenoor (de werkelijke beweging) niet overeenkomen met die vanuit andere zintuigen, zoals de ogen (de waargenomen beweging), dan leidt dit tot desoriëntatie. Bij gevoelige individuen wordt daardoor het braakcentrum in de hersenen geactiveerd.
Ook al registreren de ogen geen bewegingen, het sensorische systeem in het binnenoor doet dat wel, hetgeen resulteert in verschillen in signalen die de hersenen bereiken. Deze tegenstrijdige informatie over de positie van het lichaam leidt dan tot reisziekte.

Ook nervositeit of angst voor een voertuig of de te ondernemende reis dragen bij aan de reisziekte.

Reisfobie kan snel ontstaan en resulteren in centrale braakstimuli die tijdens, of zelfs al voor de aanvang van de reis, bijdragen tot braken.

De verschijnselen bij honden kunnen zijn:
braken, overmatig kwijlen, rusteloosheid, hijgen, angst, waardoor ze plassen en/of poepen in de auto en misselijkheid waardoor ze veel gaan slikken.

Wie hebben de meeste kans reisziekte te krijgen?

Meer jonge dieren en kinderen hebben last van reisziekte dan oudere.
Van honden weten we dat de meeste, net als mensen, met het ouder worden er vanzelf overheen groeien.

Hoe is de kans op reisziekte te verkleinen?

  1. Laat uw huisdier vooraf wennen aan de kennel of dierenreistas.
    En alvorens u een lange reis met de auto, bus, boot of trein gaat maken, ook hieraan laten wennen door vantevoren hiermee een kort tochtje te maken.

  2. Rij of vaar rustig, dat wil zeggen rustig optrekken, rustig remmen en neem de bochten ook heel rustig. Met andere woorden: houd de snelheidsveranderingen zo klein mogelijk.

  3. Zorg dat een hond goed naar buiten kan kijken, vooral naar voren.
    Als met de bus wordt gereisd, dan voor in de bus gaan zitten, met de hond op schoot.
    Als met de boot wordt gereisd, dan is het beste een plekje midden op het achterdek te gaan zoeken, want daar schommelt de boot het minst.
    Als met de auto wordt gereisd, is in Duitsland een speciale autogordel voor de hond verplicht of anders de hond in een kennel vervoeren.

    Een kat reist het liefst in een kleine kattenmand.

  4. Zorg voor koelte en voldoende frisse lucht door bijvoorbeeld met een open raampje te rijden of de airconditioning aan te zetten. Vermijd rook, vette etensluchten en parfum.
    Voorkom tocht en laat tijdens het rijden de hond niet zijn kop uit het raam steken in verband met oogontstekingen.

  5. Geef een kleine lichte maaltijd 2 à 3 uur voor vertrek met de auto en 12 uur voor vertrek met het vliegtuig, de trein of boot. Wel onbeperkt water geven.

  6. Regelmatig stoppen om de hond uit te laten en wat te drinken geven. Ook de andere dieren hebben op tijd een rustpauze nodig. (Minimaal één kwartier rustpauze om de twee uur.)

  7. Rustig blijven. Emoties als opwinding, stress, angst en paniek versterken de effecten van reisziekte. Zet ook geen luid muziek aan.

  8. Probeer de leuke kanten van de reis te benadrukken. Want de oorzaak van bewegingsziekte zit hoe je het wendt of keert, sowieso tussen de oren.

Afbeelding van een giraf in een trein.

Welke middelen zijn er tegen reisziekte?

  • Autotraining.
    Onderaan de pagina wordt hier verder op ingegaan.

  • Het antibraakmiddel metoclopramide voor de hond, dat 6 tot 8 uren werkzaam is.
    Metoclopramide minimaal 1 uur voordat de reis plaatsvindt toedienen.
    Bij een hoge dosering kan de hond suf worden.

  • Een veel krachtiger (maar niet suf makend) antibraakmiddel voor de hond is maropitant.
    Maropitant minimaal 1 uur (bij voorkeur 2 à 3 uur) voordat de reis plaatsvindt toedienen. Een lichte maaltijd van tevoren wordt aanbevolen, lang vasten voor toediening vermijden.
    De tabletten dienen echter niet verpakt in of omhuld met voedsel toegediend worden daar dit het oplossen van de tablet en dus de aanvang van de werking kan vertragen.
    De werkingsduur van maropitant is 12 tot 24 uur.
    Dit middel is alleen bij de dierenarts verkrijgbaar, want dit zeer krachtige antibraakmiddel mag niet gegeven worden aan honden, die
    • jonger dan 16 weken zijn,
    • drachtig zijn of melk geven,
    • een maagdarmafsluiting, lever- of hartaandoening of een slechte conditie hebben.

Welke middelen zijn er tegen angst voor een voertuig of een te ondernemen reis?

  • Een veilige plek geven.
    Het vervoeren van een kat, fret, konijn, knaagdier, reptiel of vogel in een kleine ruimte geeft de dieren een veilig gevoel. Ook voorkom je hiermee, dat tijdens de reis het dier door het voertuig heen vliegt. Ze voelen zich dan veiliger en het voorkomt ongelukken.
    Door de reiskooi van tevoren in de kamer te zetten, kunnen de hond, kat of fret er alvast aan wennen. Om de reiskooi aantrekkelijk te maken wat van hun snoepjes erin leggen. Kies de juiste maat reiskooi of kennel, zodat de hond, kat of fret er met gemak in kan staan, liggen en zich omdraaien.
    Honden kunnen in een reiskennel reizen, maar er zijn ook speciale hondengordels en rekjes voor in de auto.
    Een deken over de kooi van een vogel geeft de vogel rust en bescherming tegen tocht.
    Kleine, niet giftige, slangen kunnen in een dicht geknoopte linnenzak worden vervoerd.

  • Auto-/bus-/trein-/boot-training.
    Als je huisdier niet gewend is om met de auto, de bus, de trein of de boot te reizen, is het verstandig van tevoren enkele korte ritjes/tripjes te maken.
    Enkele tips om een autorit draaglijker voor zowel de kat als de eigenaar te maken, kunt u vinden onder het onderwerp 'Het vervoer van de kat naar de dierenarts'.

  • Het sterke kalmeringsmiddel acepromazine onderdrukt het overgeven, maar heeft een sterk versuffende werking. Bij een lage dosering kunnen sommige dieren er juist angstig door worden.

  • De antihistaminica, die voor de mens met hooikoorts worden gebruikt, kunnen bij dieren als kalmeringsmiddel worden aangewend. Ook deze middelen onderdrukken het overgeven en hebben een versuffend effect.

  • Natuurgeneesmiddelen.
    Een onrustige hond of een gestreste kat kan baat hebben bij het aminozuur L-theanine, dat normaal in groene thee voorkomt. Honden en katten lusten echter geen groene thee en daarom zijn er smakelijke Telezin™ tabletten. Door anderhalf uur voor vertrek Telezin™ aan de hond of kat te geven, worden de alfa hersengolven geactiveerd waardoor de dieren kalmeren zonder versuft te raken.

  • Homeopathische middelen.

N.B.
Geef in geval van angst voor een te ondernemen reis liever geen middel dat versuffend werkt, want dan kan een dier juist angstiger worden.

Hoe ga je met autotraining te werk?

Er kunnen veel redenen zijn waarom een hond niet de auto in wil. Sommige honden zijn angstig voor een auto omdat ze er nog nooit in hebben gezeten en dus niet weten hoe dat is.
Wanneer de hond zich hier tegen heftig verzet, dan kan het beste een gedragstherapeut worden ingeschakeld.
Wanneer de hond een autorit niet leuk vindt, maar er niet heftig gespannen door raakt, dan kan de volgende autotraining worden toegepast.

De behandeling is opgebouwd uit een heleboel stappen. Ga vooral niet te snel en forceer niet. Wordt de hond weer angstig, ga dan een stapje terug in de behandeling.

De hond moet ervaren dat de auto ingaan niet vervelend is maar juist leuk kan zijn.
Zet de portieren van de auto open.
Loop met iets lekkers (de beloning) en de hond aan de lijn naar de auto.
Leg het lekkers in de auto en moedig de hond aan om het te gaan halen.
Prijs hem voor iedere stap die hij maakt richting zijn beloning.
Hou vol totdat de hond de auto ingaat om zijn beloning te halen en prijs de hond uitbundig. Herhaal dit regelmatig net zo lang totdat de hond zonder problemen in de auto gaat.

Als dit is gelukt, legt u de beloning niet meer in de auto, maar geeft u de hond de beloning pas wanneer hij in de auto is.

Bij de volgende stap moedigt u de hond aan om in de auto te gaan en prijst u hem uitbundig wanneer hij dat doet.
Sluit de deur en stap zelf voorin de auto achter het stuur waarna u de hond direct zijn beloning geeft en hem uitbundig beloont.
Start de auto niet, maar blijf gewoon even zitten. Prijs ook nu iedere keer de hond.
Stap weer uit de auto om direct de deur te openen voor de hond, zodat deze ook de auto kan verlaten en prijs hem uitbundig.

Vanaf nu bouwt u de tijd op tussen het moment dat u in stapt en het moment waarop de hond zijn beloning krijgt. Wanneer de hond zonder problemen een paar minuten wacht op zijn beloning, kunt u weer een stap verder met de behandeling.

Laat de hond de auto instappen, sluit de deur en ga zelf achter het stuur zitten.
Start de motor en geef de hond hierna zijn beloning. Rij nog niet weg. Na enkele minuten stopt u de motor weer, u stapt uit en laat de hond uit de auto.

Wanneer dit allemaal is gelukt, gaat u de hond wennen aan de rijdende auto. Rij de eerste keer maar een paar meter. Sta weer stil, stop de motor en beloon de hond.
U kunt de rij-afstand geleidelijk vergroten, net zolang de hond het geen probleem meer vindt om een stukje te gaan rijden.

Wanneer de hond autorijden geen probleem meer vindt, neem dan de eerste keren de hond met de auto mee naar voor de hond leuke plekjes, bijvoorbeeld het strand of het bos.

Succes.

 

                           K.v.K.: 27355332   |   Dierenkliniek Noordwijkerhout   |   Dierenartspraktijk Lisse   |   Disclaimer