Home > Website-overzicht > Ziekte van Cushing

Ziekte van Cushing

Inhoudsopgave:

  • Wat houdt de ziekte van Cushing ofwel het syndroom van Cushing in?
  • Welke vormen van het syndroom van Cushing (= hypercortisolisme) kennen we?
  • Wie kunnen de ziekte van Cushing krijgen?
  • Wat zijn de meest voorkomende ziekteverschijnselen bij de hond?
  • Wat zijn de meest voorkomende ziekteverschijnselen bij de kat?
  • Hoe wordt de diagnose bevestigd?
  • Waar moet rekening mee worden gehouden?
  • Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?
  • Wat is de prognose?

De ziekte van Cushing ofwel het syndroom van Cushing wordt veroorzaakt door een onafgebroken teveel aan cortisol (= een stress-hormoon) in het lichaam.

Het hormoon cortisol wordt door het schorsgedeelte van de bijnieren aangemaakt. De bijnieren zijn twee bij de nieren gelegen hormoonproducerende orgaantjes in de buik. De afgifte van cortisol wordt geregeld door het hormoon ACTH dat afkomstig is uit de hypofyse van de hersenen. Wanneer de hoeveelheid cortisol in het bloed te laag is, geeft de hypofyse, met de afscheiding van het hormoon ACTH, aan de bijnieren het signaal af meer cortisol aan te maken.

Er zijn 5 vormen van het syndroom van Cushing (= hypercortisolisme):

  1. Hypofyse-afhankelijke hypercortisolisme (in 85 % van de gevallen),
    waarbij de hypofyse teveel ACTH afgeeft. ACTH is een hormoon dat de beide bijnieren aanzet tot een overmatige productie van het hormoon cortisol, waardoor bij dit type beide bijnieren vergroot zullen zijn.
    De verhoogde ACTH-afgifte kan ten gevolge van een hypofysetumor.
    De honden met hypofysaire hyperadrenocorticisme zijn doorgaans 2 - 16 jaar oud (gemiddeld 7 - 9). De hondenrassen, die het vaakst worden getroffen, zijn onder anderen de poedel, terriërs (Yorkshire, Jack Russell, Staffordshire bull) en teckel.
  2. Bijnier-afhankelijke hypercortisolisme (in 14 % van de gevallen),
    waarbij een bijniertumor extra cortisol afgeeft. Als de tumor in één van de bijnieren zit, dan zal dit leiden tot één abnormaal grote bijnier.
    De honden met adrenale hyperadrenocorticisme zijn doorgaan 6 - 16 jaar oud (gemiddeld 11 - 12) en vaker van grotere rassen (> 20 kg) zoals de boxer.
  3. Iatrogene hypercortisolisme,
    die veroorzaakt wordt door een overmatige en meestal langdurige behandeling met corticosteroïden (zoals predniso(lon) of dexamethason bij jeukklachten)
  4. Ectopische ACTH-secretie
    door bijvoorbeeld een neuroendocrine tumor in de alvleesklier.
  5. Voedsel-afhankelijk hypercortisolisme.

Wie kunnen de ziekte van Cushing krijgen?

De ziekte van Cushing komt voor bij de hond, de kat, het paard en de mens.
De ziekte van Cushing is een veel voorkomende hormonale aandoening bij honden van middelbare leeftijd en ouder.
Bij de kat en de mens komt deze ziekte zelden voor. Het aantal geschatte gevallen per jaar zijn:
1 tot 2 gevallen per 1000 honden en 10 tot 15 gevallen per 1.000.000 mensen.

Afbeelding van een hond met Cushing, die behandeld wordt met Vetoryl.

Wat zijn de meest voorkomende ziekteverschijnselen?

De ziekte van Cushing heeft meestal een langzaam en geleidelijk begin, waardoor de ziekteverschijnselen in het begin gemakkelijk gemist kunnen worden.

De meest voorkomende ziekteverschijnselen bij de hond zijn:

  • Veel drinken en urineren en urine met een laag soortelijk gewicht.
  • Toegenomen eetlust.
  • Toename buikomvang (door onder anderen een vergrote lever).
  • Haaruitval, gelijkmatig aan beide zijden van het lichaam.
  • Dunne huid.
  • Spierzwakte en minder spiermassa (door spierafbraak).
  • Verminderd uithoudingsvermogen.
  • Intacte teven worden niet meer loops.

De minder voorkomende ziekteverschijnselen bij de hond zijn:

  • Veel vettige schilfers tussen de haren.
  • Comedones (acné).
  • Kalkafzetting in de huid (Calcinosus cutis). Zie foto rechts.
  • Hitte-intolerantie.
  • Overmatig pigmentafzetting in de huid.
  • Aangezichtsverlamming (Facialisparalyse).
  • Suikerziekte (in 10% van de gevallen).
  • Urineweginfecties (in 50% van de gevallen).
  • Overgwicht (in 47% van de gevallen).
  • Testikelatrofie.
Afbeelding van een hond met Cushing.

Afbeelding van een kat met Cushing, die behandeld wordt met Vetoryl.

De meest voorkomende ziekteverschijnselen bij de kat lijken erg op die van suikerziekte.

  • Veel drinken en urineren.
  • Gewichtsverlies ondanks verhoogde eetlust.
  • Haaruitval, gelijkmatig aan beide zijden van het lichaam.
  • Huidinfecties (b.v. demodicosis).
  • Dunne kwetsbare huid, die makkelijk kan scheuren.
  • Hangbuik.
  • Sloom.

Bij katten wordt in ongeveer 80% van de gevallen ook suikerziekte gezien.
Eén van de meest voorkomende reden om de ziekte van Cushing bij een kat te vermoeden, is als deze een zeer moeilijk onder controle te krijgen suikerziekte heeft, ondanks toediening van hoge doses insuline.

Hoe wordt de diagnose bevestigd?

Een waarschijnlijkheidsdiagnose kan gemaakt worden als

  1. een hond minstens drie van de bovenstaande ziekteverschijnselen vertoont en
  2. de bloeduitslag van de hitte stabiele alkalische fosfatase minstens 80% hoger is dan die van de gewone alkalische fosfatase.

Voor het maken van de uiteindelijke diagnose zijn er verschillende bloed- en urine testen.
De diagnose door urineonderzoek is op basis van de toegenomen uitscheiding van cortisol. Omdat ook door stress de hoeveelheid cortisol in de urine stijgt, moet de urine 's morgens bij de eerste wandeling met de hond door de eigenaar worden opgevangen. Bij katten is door hun stressgevoeligheid de diagnose moeilijk aan de hand van dit urine onderzoek te stellen.

Aan de hand van de ziekteverschijnselen kan geen onderscheid gemaakt worden tussen het hypofyse-afhankelijke type en het bijnier-afhankelijke type.
Om onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende typen van Cushing kan gebruik gemaakt worden van:

  • Verschillende testen.
  • Echografie of mri-scan van de bijnieren.
  • Ct- of mri-scan van de hypofyse.

Waar moet rekening mee worden gehouden?

  1. De meest voorkomende ziekteverschijnselen van deze ziekte zijn veel drinken en urineren. Dit zijn echter ook de meest voorkomende ziekteverschijnselen bij andere ernstige ziekten, zoals suikerziekte, nier- en leverfalen en bij katten met een verhoogde schildklierwerking.
  2. Door de overmatige cortisol in het lichaam kunnen andere ziekten, zoals osteoartritis (= gewrichtsontsteking) en jeuk worden gemaskeerd.
  3. Uitzaaiingen.
    Een bijniertumor kan bijvoorbeeld in het zeer dichtbij gelegen grote bloedvat (vena cava caudalis) zijn ingegeroeid. Met echografie is dit niet altijd zichtbaar. In zo'n geval zal het dier de operatie niet overleven.
  4. Een vergrootte bijnier bij echografie of CT-scan of MRI-scan van de buik, wil niet zeggen dat er ook sprake is van een te hoge hormoonproductie. Een bijnierincidentaloom is een vergrote, maar hormonaal inactieve bijnier.
  5. De leeftijd van de patiënt, want de organen moeten de behandeling kunnen verdragen.
  6. De thuisituatie (financieel, zwangerschap, jonge kinderen) is van belang voor de keuze van behandeling.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

  1. De behandeling van het iatrogene type
    bestaat uit het langzaam afbouwen van de tabletten met corticosteroïden.
    De tijd voor het afbouwen is afhankelijk van de dosering en duur van de bahandeling met corticisteroïden.

  2. Een operatie in geval van

    • een hypofysetumor (hypofysectomie) of

    • een bijniertumor (adrenalectomie).

  3. Beide operaties zijn risicovol. En als een bijniertumor in het aangrenzende bloedvat de vena cava is gegroeid of als de tumor reeds is uitgezaaid dan is een operatie niet meer gewenst.

    Bij de kat kan geen hersenoperatie worden verricht, dus in geval van een hypofysetumor worden beide bijnieren verwijderd. Katten met de ziekte van Cushing zijn echter zeer kwetsbare chirurgische kandidaten, waardoor deze operatie bij de kat nog risicovoller is dan bij de hond.

    Na de verwijdering van de hypofyse in zijn geheel of van beide bijnieren, zijn levenslang medicijnen nodig om een tekort aan een aantal hormonen en stoffen te voorkomen.

    Na verwijdering van de hypofyse (transsfenoïdale hypofysectomie) bij de hond zijn de resultaten direct na de operatie goed, maar op lange termijn komen bij ongeveer 25% van de honden recidieven voor.

  4. Een chemokuur met het medicijn mitotane kan ingezet worden bij het hypofyse-afhankelijke type.
    Het medicijn vernietigt het bijnierschorsweefsel van beide bijnieren en daardoor wordt de totale productie van cortisol stopgezet. Daarom zal levenslang dagelijks medicijnen moeten worden gegeven om een tekort aan een aantal hormonen en stoffen, die de bijnierschors nu niet kan aanmaken. te voorkomen.
    Een chemokuur kan ook ingezet worden bij het bijnier-afhankelijke type, maar met hogere doseringen, waardoor de kans op bijwerkingen toeneemt.

    Mitotane heeft weinig effect bij de kat.

    Aangezien mititane een chemotherapeuticum is, is deze behandeling niet aan te raden te gebruiken bij honden uit gezinnen met jonge kinderen of zwangere vrouwen.

  5. Radiotherapie (= bestraling) vermindert de grootte van de hersentumor bij de hond en de kat, maar is niet zonder complicaties en doet de ACTH-productie niet voldoende afnemen.

  6. In de toekomst kan misschien een medicamenteuze behandeling van hypofysetumoren bij honden plaatsvinden met een specifiek op de ontregelde stamcel gerichte medicatie. Dit zijn medicijnen, die precies op de receptoren gaan zitten die verantwoordelijk zijn voor de vorming van de tumor in de hypofyse.

  7. Heden ten dage is trilostane de behandeling van keuze bij honden.
    Met trilostane wordt de aanmaak van cortisol door de bijnierschors geremd. Het medicijn geneest de ziekte niet, maar de ziekteverschijnselen verdwijnen of worden veel minder zolang het medicijn wordt gebruikt.
    Het kan ingezet worden bij zowel het hypofyse-afhankelijke type als het bijnier-afhankelijke type.
    Dit medicijn moet 's morgens 1 x daags met het voer worden gegeven.
    De juiste dosering is voor elke hond anders. Aan de hand van de bloedwaarden (o.a. de plasma ACTH concentratie) wordt de dosering aangepast. In het begin gebeurt dit na 2, 4 en 12 weken en na stabilisatie dient dit om de 3 maanden te gebeuren. Het is belangrijk met een relatief lage dosering van trilostane te starten en regelmatig bloedonderzoek te laten verrichten, want de kans bestaat dat het gebruik van trilostane de hond ook fataal kan worden.

    Trilostane is in Nederland alleen nog maar geregistreerd voor de behandeling van de ziekte van Cushing bij de hond, maar het zou in de toekomst ook een nuttige behandeling voor katten kunnen blijken.

Wat is de prognose?

De ziekteverschijnselen worden over het algemeen geleidelijk erger.

De overlevingstijd is onder anderen afhankelijk van

  • het type Cushing,
  • de lokalisatie, grootte en type tumor,
  • de bijkomende ziekten,
  • de leeftijd van het dier en
  • de behandelmethode.

Het hypofyse-afhankelijke type heeft een goede korte termijn prognose.
De lange termijn prognose is echter minder gunstig, omdat huisdieren met de ziekte van Cushing vatbaarder zijn voor andere ziekten, zoals suikerziekte, urineweginfecties, nieraandoeningen, hoge bloeddruk en alvleesklierontsteking.
Het iatrogene type heeft een goede prognose.

Een operatie of een chemokuur kan ernstige complicaties veroorzaken en de ziekte kan terugkeren.
Ook een behandeling met trilostane kan bijwerkingen geven.
Een operatieve verwijdering van een goedaardige bijniertumor zonder uitzaaiingen kan het dier helemaal genezen. Echter, ongeveer de helft van de bijniertumoren is kwaadaardig en kan daarom al zijn uitgezaaid. In dit geval is alleen al de kans op het overleven van de operatie klein.

Wilt u meer informatie over deze aandoening, neem dan contact op met uw dierenarts.

 

                           K.v.K.: 27355332   |   Disclaimer